Hop

(upupa epops)

  L=26-28 / SW=42-46 / bD

De Hop is de enige soort in zijn familie. Hij is onmiskenbaar, met een lange gebogen snavel en een opvallende zwartgepunte kuif (neergevouwen of waaiervormig opgezet). Zijn kleed is rozekaneelbruin, de staart en de ronde vleugels zijn krachtig zwart-wit gebandeerd, in de vlucht lijkt hij op een grote zwart-witte vlinder.

Zijn roep is een snel, ver dragend poe-poe-poe, op dezelfde toonhoogte blijvend.

Hij leeft op grassige en beboste vlaktes, bouwland, boom- en wijngaarden, parken en tuinen. Hij broedt in holen.

In Nederland en België een onregelmatige (voormalige) broedvogel, wel jaarlijks enkele exemplaren tijdens de voor- en najaarstrek.