Orde: Apodiformes
Gierzwaluwen Familie: Apodidae



Gierzwaluwen hebben lange, smalle, sikkelvormige vleugels en een korte (meestal gevorkte) staart, die een zeer snelle vlucht mogelijk maken. De grondkleur van het verenkleed is bruin of zwartachtig. De geslachten zijn gelijk. Het sikkelvormige silhouet is heel verschillend van de Maltezer-Kruisvorm van zwaluwen.

Ze zijn het meest van alle vogels aan het luchtruim gebonden, alleen om te nestelen komen ze aan de 'grond'. De meesten hebben een veel snellere en vastberadenere vlucht dan zwaluwen, glijdend en zwenkend zonder vleugelslagen, vaak in luidruchtige troepen. Sommige soorten foerageren in de ochtend en avond soms op zeer grote hoogte, vaak ook 's nachts blijven ze in de lucht en vliegen slapend. Overdag, vooral tijdens koud en nat weer, foerageren ze lager, samen met zwaluwen.

Gierzwaluwen zitten nooit op de grond (tenzij per ongeluk) of in bomen, maar houden zich met de korte poten met scherpe nagels vast aan de zijkant van rotsen of gebouwen. Ze blijven dag en nacht in de lucht, alleen in de broedtijd komen ze tegen de avond naar beneden om te roesten.

         
                                                                                      
(klik op het plaatje om naar de soort te gaan)