Orde: Columbiformes
Zandhoenders Familie: Pteroclididae


Zandhoenders zijn voornamelijk zandkleurige, goed gecamoufleerde, in woestijnen en andere droge gebieden levende landvogels. In zit lijken het kleine hoenders met een lange staart, in de vlucht meer als dikke parkieten, of duiven of goudplevieren met een lange staart. De kop is klein, de hals en poten kort, de poten en tenen zijn vaak bevederd aan de voorkant. Lopend zijn ze nogal duifachtig, met korte waggelende stapjes.

Vaak leven ze in gemengde groepen. In woestijnen, halfwoestijnen en andere droge stenige gebieden. Ze nestelen op de grond.

De vlucht is snel en direct, groepen vertonen soms goudplevierachtige acrobatiek. Ze maken vaak lange, luidruchtige dagelijkse vluchten (tot 60 km en terug), altijd in de ochtend, maar tijdens zeer heet weer ook 's avonds. Mannetjes laten de buikveren volzuigen met water en vliegen over grote afstanden naar hun jongen die het water opzuigen.

         
                                                                                                                                           
(klik op het plaatje om naar de soort te gaan)