Orde: Galliformes
Fazanten en Patrijzen Familie: Phasianidae


Fazanten en Patrijzen zijn vogels van open landschappen, vaak in kleine groepen (tot ca. 20 vogels). De poten zijn onbevederd (i.t.t. hoenders), vaak met sporen.

De snavel is kort en dik, de bovensnavel langer. De vleugels zijn kort en afgerond en zijn tijdens de typische snorrende vlucht omlaaggebogen.

Fazanten

Fazanten zijn groot met meestal een lange staart.

 
(klik op het plaatje om naar de soort te gaan)

 

Ingevoerde Jachtvogels

Door overbejaging van inheemse fauna, vooral in C- en W-Europa, zijn vele uitheemse fazantachtigen uit Azië en N-Amerika ingevoerd, uitgezet en beheerd. De volgende soorten hebben zich in tenminste een deel van het gebied gevestigd.

                        
(klik op het plaatje om naar de soort te gaan)

Patrijzen - Perdix, Alectoris

Patrijzen zijn compact, stevig en middelgroot. Ze zijn voornamelijk bruin, met roodbruine, in de vlucht opvallende staart. De geslachten zijn gelijk, de haan is groter. De alectoris is langer en meer rechtop, meer fazantachtig, dan de kleinere perdix, en met een witte kin en keel, opvallende bandering op de flanken en een rode snavel en poten. De alectoris zit vaak, de perdix zelden, op de uitkijk op rotsen en andere verhogingen. Juvenielen van de alectoris-patrijzen zijn zeer moeilijk van elkaar te onderscheiden. Na 12-14 weken zijn ze als de adult, maar met lichtere poten en snavel en nog enkel juveniele veren op de vleugel en borst.

         
(klik op het plaatje om naar de soort te gaan)

Overige Patrijzen

Berghoenders - tetraogallus / Frankolijnen - francolinus / Woestijnpatrijzen - ammoperdix / Kwartels - coturnix

         
   
(klik op het plaatje om naar de soort te gaan)

 

Overige ingevoerde jachtvogels

                                                                                                       
(klik op het plaatje om naar de soort te gaan)