Orde: Charadriiformes
Alken Familie: Alcidae


Alken zijn zwart-witte duikende zeevogels met een korte hals en staart. De vleugels zijn vrij kort en smal. De poten zijn ver naar achteren geplaatst, daardoor staan ze aan land rechtop. De geslachten zijn gelijk. Zwemmende alken zijn soms moeilijk herkenbaar, tenzij de snavelvorm en -grootte zichtbaar zijn, vooral kleine juvenielen van de grotere soorten met nog niet volgroeide snavels die net zo groot zijn als de Kleine Alk. De Zwarte Zeekoet is de kleinste zeekoet.

De belangrijkste roepen zijn een krassend en grommend arrrr of karrrr.

Ze hebben een snelle, rechtlijnige en snorrende vlucht, laag over het water, met de poten en hals meestal gestrekt. In de vlucht hebben ze allen een smalle witte streep op de achterrand van de armvleugel. De beide zeekoeten lijken meer gebocheld dan de Alk. De Alk heeft ook meer wit op de stuitzijden.

Ze zwemmen en duiken makkelijk en veelvuldig, op het land schuifelen ze alleen onhandig.

Ze overwinteren op zee.

         
                                  
(klik op het plaatje om naar de soort te gaan)